|
August Willemsen
'Vrienden, vreemden, vrouwen' over liefdes en reizen
August Willemsen als jongeman
Toen August Willemsen in 1985 debuteerde met zijn boek Brazilliaanse brieven had hij al een respectabel oeuvre als vertaler op zijn naam staan. Hij vertaalde een groot aantal Portugese en Braziliaanse schrijvers en dichters, onder wie Machado de Assis, Fernando Pessoa en Drummond de Arcade, waarmee hij een onbekend taalgebied voor de Nederlandse lezers toegankelijk maakte. Zijn eigen boek Braziliaanse brieven (een verslag van vier reizen naar Brazilië, die hij maakte tussen 1967 en 1984) kreeg in 1991 een vervolg met 'De val', waarin zijn alcoholisme en een verblijf in een revalidatiekliniek zijn beschreven. Zojuist verscheen zijn Vrienden, vreemden, vrouwen, een boek met dagboekfragmenten uit de periode 1956-1964 dat veel licht werpt op de persoon die hij later is geworden. De schrijver en vertaler woont op dit moment in Australië, maar is een paar weken in Nederland om de verschijning van zijn nieuwe boek luister bij te zetten. ,,Ik heb me eigenlijk nooit Nederlander gevoeld. Ik leefde altijd aan de rand. En nu woon ik zo ongeveer aan de rand van de wereld.''
,,Ik stond vanmorgen in een winkel waar ik een man zag die mijn nieuwe boek in handen hield'', vertelt de 61-jarige August Willemsen, geheimzinnig. Hij geeft aan dat hij moeite moest doen om zich stil te houden. ,,Want het lag op het puntje van mijn tong om te zeggen: jawel meneer, ik was vroeger die jongeman.''
De voorkant van Vrienden, vreemden, vrouwen toont een jonge Willemsen die tevreden naar het fototoestel kijkt, terwijl een jonge vrouw op zijn schouder ligt te slapen. De foto is illustratief voor de inhoud van het boek, waarin het 'portret van de artiest als jongeman' vooral bestaat uit de notities die Willemsen als student maakte over zijn reizen, liefdes en het Amsterdamse nachtleven. Daarnaast bevat het boek de kritische beschouwingen die Willemsen veertig jaar later toevoegde, zodat Vrienden, vreemden, vrouwen vooral een nietsontziend beeld geeft van zijn verleden. En nu Willemsen in Nederland is, ondervindt hij pas echt dat iedereen dat beeld tot zich kan nemen.
In het najaar van 1996 ontmoette hij de vrouw bij wie hij nu woont, in het Australische Melbourne. Willemsen had aanvankelijk het plan opgevat om zich daar tijdelijk te vestigen, maar het ziet er nu naar uit dat hij Nederland voorgoed achter zich laat. ,,Melbourne vind ik een heel vredige stad. Met Nederland heb ik alleen nog binding vanwege een paar vrienden en uitgevers. Maar voor de rest.... De Nederlandse politiek en de literatuur ontgaan me volledig. Wat me over het algemeen zeer bevalt aan de Australiërs, is dat ze niet houden van poespas, pretenties en valsheid. En juist die dingen kom je soms te vaak tegen in Amsterdam.''
Hij verontschuldigt zich kort wanneer de telefoon gaat. En dan valt het pas duidelijk op hoe moeizaam hij zich voortbeweegt. In december 1990 kwam Willemsen, samen met vier flessen wodka en anderhalve liter Fanta, ten val. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat zijn linkerheup gebroken was. De gevolgen van Koning Alcohol - Willemsen heeft er vanaf dat moment last van. Nog steeds. Hoe die drankzucht ontstaat? Willemsen kan geen verklaring geven. ,,Het vertaalwerk heeft soms onder mijn drankgebruik geleden. Maar het vreemde is dat de dingen die ik echt wilde doen, ook gelukt zijn. De reeks met verhalen en romans van Machado de Assis heb ik allemaal vertaald, op &Mac226;e&Mac226;en deel na. En dat deel bestaat uit zijn slechtste boek. Achteraf is het misschien gemakkelijk redeneren, maar ik denk dat ik me destijds door drankgebruik incapabel heb gemaakt zodat ik dat werk niet meer hoefde te vertalen. Ik had er gewoon geen zin meer in. Dat boek is toen door iemand anders vertaald.''
,,De literatuur heeft dus vanwege mijn drankgebruik niet veel te lijden gehad. Maar w&Mac226;el mijn verhoudingen. Daarom raadpleeg ik nu een psychiater. Ik ben er op aanraden van vrienden mee begonnen. Ik weet nog niet waartoe het moet leiden. Ik heb nu drie gesprekken gevoerd. Drinken is een verslaving, maar dat is bijvoorbeeld het schrijven of het rijden in een auto voor mij ook. Het grote probleem zijn die nare gevolgen die ik van de drank ondervind. Die gebroken heup had een waarschuwing moeten zijn. En hoor nu eens!'' Willemsen klopt een paar keer tegen zijn arm. ,,Die zit nu in een plastic harnasje. In januari ben ik weer gevallen. Die arm wordt wel weer heel, maar het is natuurlijk te stom voor woorden om wéér te vallen.''
Drinken deed hij ook al in zijn jonge jaren, maar in Vrienden, vreemden, vrouwen speelt de alcohol een nog vrij onschuldige rol. Het boek geeft een beeld van het studentenmilieu rond 1960. Willemsen zat in die periode vaker in de kroeg of bij vrienden dan in de kamer van zijn ouderlijke woning, maar zijn drankgebruik had nog geen maniakale vormen aangenomen. ,,Het drinken was gewoon gezellig, dus er was geen noodzaak om de drank af te zweren. Het hoorde voor mij in die tijd ook bij het onderhouden van sociale contacten. Pas later werd ik iemand die in zijn eentje flessen sterke drank leegzoop. En het begon riskant te worden in 1985. Ik vond niet zoveel bevrediging meer in mijn werk en toen ben ik de drank gaan gebruiken om het leven aangenamer te maken.''
Het ging er nogal eens wild aan toe, binnen het studentenmilieu waarin Willemsen zich bevond. Van een 'spruitjesmentaliteit', waarmee de jaren vijftig maar al te vaak worden getypeerd, was geen sprake. ,,Ik denk dat hartstocht en verliefdheden altijd hebben bestaan. En ik heb me in die tijd wat dat betreft heus niet verveeld. Ik vond de omgeving en het milieu van mijn ouders vreselijk saai. Toen ik ging studeren belandde ik in de artistieke kringen, waar ik overigens later ook weer genoeg van kreeg. Maar op dat moment gaven die mij een geweldig gevoel van vrijheid.''
Als student hield hij een dagboek bij, waarin hij al zijn vrienden de revue liet passeren. Sommige passages heeft hij voor het boek geschrapt omdat ze, naar eigen zeggen, te slecht waren. ,,Ik heb geen stukken weggelaten omdat ik ze te pijnlijk vond. Ik heb de dingen precies zo naar voren willen laten komen zoals ze waren en de mensen bij hun bestaande namen genoemd. De belangrijke personen uit het boek heb ik gevraagd om toestemming om het op deze manier te publiceren. En die toestemming kreeg ik, alhoewel sommigen in eerste instantie een beetje geschrokken waren. Want ik ben voor sommige mensen vrij hard geweest. Ook voor mezelf, trouwens.''
Het leven als student verliep voor Willemsen met vallen en opstaan. Al meteen na het gymnasium had hij zich ingeschreven voor het conservatorium, maar zijn muzikale ambities verloor hij langzaam maar zeker uit het oog. De vriendschappen waren maar al te vaak belangrijker. En later de jonge vrouwen, die elkaar in een snel tempo opvolgden. Portugees ging hij pas studeren toen hij 25 was. Op dat moment had Willemsen al een bewogen leven achter de rug, vol met allerlei liefdes, reizen en nachtelijke uitspattingen. Het is opmerkelijk dat Willemsen in die tijd nog steeds in het ouderlijk huis woonde. Waren zijn ouders zo tolerant? ,,Ze hebben heel lang niet geweten wat ik 's avonds en 's nachts uitvoerde. Ik kwam heel laat thuis en dan lagen zij al te slapen. Een jaar voordat ik uit huis ging, woonde ik op zolder. Ik kwam toen alleen naar beneden om te eten. Van wat zich in mijn zolderkamer heeft afgespeeld, hebben mijn ouders geloof ik niet veel geweten. Zij hadden w&Mac226;el hun vermoedens, maar die werden nooit uitgesproken. Het was een tamelijk gesloten gezin.''
Willemsen kijkt overigens niet met negatieve gevoelens terug op zijn jeugd. ,,Die was heel beschermd. Maar blijkbaar had ik de behoefte tot verzet, die werd versterkt door de overbezorgdheid van met name mijn moeder. Ik was haar enige kind. Mijn vader was getrouwd geweest en had al drie kinderen uit zijn eerste huwelijk. Mijn moeder hield op overdreven wijze van mij, en dat is misschien wel begrijpelijk. Sommige mensen gaan gebukt onder een tekort aan liefde in hun jeugd, maar ik heb een teveel gehad.''
De moederliefde en zijn neiging tot verzet resulteerde volgens Willemsen in zijn gestotter waar hij vanaf dat moment niet meer van af is gekomen. Als kind werd hij bewonderd door zijn vlotte manier van spreken. ,,Maar ik kon die bewondering niet verdragen. Toen ik zes was, ben ik gaan stotteren. Dat is voor mij een vorm van verweer geweest, zo heb ik het althans aan mezelf uitgelegd. Ik heb deze reden ook wel eens voorgelegd aan een psycholoog. En die zei: nou, meneer Willemsen, dat hebt u goed gezien.'' Hij laat een korte lach horen. Dan: ,,Op bepaalde momenten heeft mijn gestotter mij behoorlijk dwars gezeten. Maar ik merkte al vrij snel dat mijn gestotter afnam nadat ik met drinken was begonnen. Ik heb dus de drank ook vaak gebruikt om gemakkelijker te kunnen praten.''
Hij neemt zijn moeder de overbezorgdheid niet kwalijk, net zomin als hij kwaad is op zijn vader omdat die NSB'er was. ,,Ik heb het verleden van mijn vader altijd gezien als iets wat hij heeft gedaan, en niet ik'', is het uitgangspunt van Willemsen. Hij heeft alleen spijt dat hij nooit met zijn vader over zijn verleden heeft gesproken. ,,Hij is te vroeg overleden, omdat we in de laatste jaren van zijn leven geleidelijk aan een beter contact kregen. En ik denk dat we zijn verleden hadden aangeroerd wanneer hij langer had geleefd. Ik heb achteraf begrepen dat hij een ontzettende last moet hebben gehad van zijn oorlogsverleden.''
Tegen het einde van de oorlog vertrok het gezin naar Duitsland, waar het jongetje August in contact kwam met twee Franse mannen. ,,Zij waren veel ouder dan ik. De Franse taal begreep ik niet, maar ik vond het fascinerend om naar ze te luisteren. Toen ik later wilde reizen, lag het voor mij voor de hand dat ik naar Frankrijk zou gaan. Bovendien was Frans op de middelbare school mijn lievelingstaal.'' Toen hij zeventien was, stapte hij dus samen met een paar vrienden op de fiets, richting Zuiden. De zucht om te reizen was in eerste instantie het gevolg van zijn recalcitrante houding jegens zijn ouders. Maar daarna, toen Spanje en Portugal op het verlanglijstje stonden, had Willemsen meer de behoefte om weg te zijn uit Nederland. ,,En ik had de drang om steeds verder te gaan. Het overschrijden van de Pyreneeën was een heel belangrijke gebeurtenis. Dat ik uiteindelijk naar Portugal wilde gaan, had overigens te maken met mijn reisgenote Marian.'' Willemsen staat op om een foto te pakken, die hij even later niet zonder trots toont. Een mooie jongedame, deze Marian, die in het boek een belangrijke rol speelt. ,,Zó zag zij er dus uit. En zij kreeg in Spanje buitengewoon veel aandacht van de Spaanse jongens. Daar had ik veel moeite mee. Ik wilde dus naar een land waar zij de taal niet kon spreken. Dus op die manier ben ik in Portugal terecht gekomen.'' En waarom hij later Portugees is gaan studeren? ,,In die tijd kende ik niemand die dat deed. Daarom was het een uitdaging.''
Het ontdekken van Portugal heeft bij Willemsen dus een aardige tijd geduurd. ,,Ik kan nu zeggen dat mijn zoektocht ergens goed voor is geweest, en dat meen ik. Op mijn middelbare school waren er jongens die al precies wisten wat ze wilden worden. Van die jongens heb ik nooit iets begrepen. Mijn dochter is nu twintig en nog steeds zoekende. Ze heeft veel aanleg voor talen, maar ook de behoefte om even niets te leren en wat van de wereld te zien. Dus ik denk: dat komt wel goed met haar.''
In Vrienden, vreemden, vrouwen komt overigens niet alleen een jongeman naar voren die met volle teugen van het leven geniet. Willemsen trok zich ook maar al te vaak terug, vanuit de behoefte om alleen te zijn. Was hij een potentiële kluizenaar? ,,Ik heb in die tijd ook lange avonden doorgebracht met het naspelen van schaakpartijen, en die staan niet eens in het boek beschreven. Er zijn in mijn leven altijd twee aspecten geweest die ik nu nog steeds in mezelf waarneem: de behoefte aan eenzaamheid &Mac226;en aan sociale contacten. Zodra ik in de kroeg ben, wil ik weer naar huis. En thuis wil ik mensen zien. Dat heb ik nu nog. Ik ouwehoer graag met anderen, maar daarnaast ben ik ook graag alleen. Van eenzaamheid heb ik nog nooit last gehad.''
August Willemsen: 'Vrienden, vreemden, vrouwen'. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam. Prijs: 49,90.
|